Shandril
30th September 2002, 17:25
Vrijdag hebben we weer gednded, toen is er wat gebeurt:
Er was in de haven een groot, heel groot schip aan gekomen uit het land....Domah dit land ten noordwesten van ons land.
Uit dit land komen wel vaker schepen met goederen, maar geen van ons kan zich herinneren dat we ooit zo'n groot schip hebben gezien. Dit schip bevat kisten en tonnen, in de tonnen zitten volgens ons alcohol en de wat er in de kisten zit dat weten we niet. Na wat moeite van onze twee elfen. En het te water laten van drie mensen, zijn we niks opgeschoten qua informatie. Dus hebben ze besloten om de rest van de party er ook maar bij te halen. Onze Cleric, Roondar, heeft wat inlichtingen bij de "havenmeester" ( de persoon die de steiger verhuurde). Inlichtingen waar we ook niet veel verder meegekomen zijn. Hebben de elfen besloten de wacht te gaan houden bij het hek dat inmiddels bij het schip is weggezet. Ondertussen werd er daar een spandoek weggehangen, met de tekst: "AVONTURIERS GEZOCHT. Ondertussen was ik, Ceres, de Halfling Fighter, bij verschillende caf?s en instellingen gaan vragen of iemand een vracht uit Domah verwachtte, niemand. Ik werd verzocht terug te gaan naar de haven en daar aangekomen zat de rest van de party als een stelletje groupies (C) voor het hek. Ik heb mezelf er bij gezet. Na een tijdje wachten kwamen er meerdere mensen, een aantal van deze heeft onze Elf Wizard (ook bekent als Elminster) naar de andere kant van het schip weten te sturen. Toen kwam er een wacht, deze vroeg wie er allemaal bereid waren te 1 Gp te betalen en om dan mee te mogen naar Domah. Wij waren natuurlijk enorm enthousiast. Dus wij 1 Gp betaald en gingen het enorm grote schip in, voor de Humans al enorm groot dus voor mij nog groter. Daar binnen gekomen samen met vier anderen moesten we wachten, later werden we een kamer in gestuurd, met de opdracht om daar levend uit te komen. We hebben niet eens de reactie van de vier anderen afgewacht, maar hebben gelijk aangevallen, ze waren vrijwel allemaal gelijk dood. Wij hebben ze euhm, netjes achtergelaten met de belofte goed op hun spullen te passen, met andere woorden we hebben ze beroofd. Na een seconde of tien stonden we weer buiten de kamer, om daar een verbaasde wachter aan te treffen. Hij bracht ons naar onze kamer, een kamer bestaande uit een grote kamer en twee kleintjes. De grote kamer bevat drie stapelbedden, de ene kleine kamer bevat een bed, speciaal voor mij, en de andere kamer een wastobbe.
Elminster en Nitro, de elfen, besluiten om op het dek eens te gaan kijken wat er in de tonnen en kisten zit. Elminster besluit om met zijn stok in een ton met zand te gaan roeren in de hoop dat er iets waardevols in zit. Helaas, een wachter ontdekt hem, en Elminster wordt gevraagd om daar onmiddellijk mee op te houden. Elminster en Nitro besluiten naar dit voorval om weer terug naar onze kamer te gaan. Ondertussen gaan Aekold en ik op zoek naar de kombuis, omdat we nogal hongerig zijn. In de kombuis blijkt een Halfling hard aan het werk te zijn om daar een maaltijd te bereiden. Hij verbiedt ons om in de keuken te komen. Wij, eigenwijs en hongerig als we zijn, besluiten om toch de keuken in te gaan. Daar vinden we stiekem een stuk kaas en een stuk hard brood. We sneaken weer de keuken uit, en delen de buit. Onder het ?genot? van een stuk kaas en een stuk brood gaan we op zoek naar de kapiteinshut, maar omdat alle deuren er hetzelfde uitzien, dus geen een extra versierd, vinden we niks. Het zijn veels te veel deuren om zo maar ff allemaal open te maken. We besluiten om terug te gaan naar het bovenste dek, en om daar aan wat wachten wat te vragen over het schip, het doel van de reis en de passagiers. Bij de eerste twee dingen komen we op niks uit, we moeten maar wachten tot de vergadering. Bij de derde vraag blijkt er dat er op het schip, een neger (sorry jongens het was nu eenmaal zo) kruipend op zijn knie?n over het dek gespot was. Het leek wel of hij naar iets op zoek was. De neger wordt gevonden en er wordt aan hem gevraagd wat hij kwijt is, hij kijkt ons boos aan en zoekt verder. We gaan terug naar onze kamer. Daar blijven we niet lang, aangezien ik last heb van zeeziekte (?) ga ik terug naar het boven dek. Daar zie ik dat het land vrijwel geheel uit zicht is en dat de golven toch aardig hoog zijn. Naar het noordwesten kijkend zie ik dat de lucht steeds donkerder wordt???
Shandril
Er was in de haven een groot, heel groot schip aan gekomen uit het land....Domah dit land ten noordwesten van ons land.
Uit dit land komen wel vaker schepen met goederen, maar geen van ons kan zich herinneren dat we ooit zo'n groot schip hebben gezien. Dit schip bevat kisten en tonnen, in de tonnen zitten volgens ons alcohol en de wat er in de kisten zit dat weten we niet. Na wat moeite van onze twee elfen. En het te water laten van drie mensen, zijn we niks opgeschoten qua informatie. Dus hebben ze besloten om de rest van de party er ook maar bij te halen. Onze Cleric, Roondar, heeft wat inlichtingen bij de "havenmeester" ( de persoon die de steiger verhuurde). Inlichtingen waar we ook niet veel verder meegekomen zijn. Hebben de elfen besloten de wacht te gaan houden bij het hek dat inmiddels bij het schip is weggezet. Ondertussen werd er daar een spandoek weggehangen, met de tekst: "AVONTURIERS GEZOCHT. Ondertussen was ik, Ceres, de Halfling Fighter, bij verschillende caf?s en instellingen gaan vragen of iemand een vracht uit Domah verwachtte, niemand. Ik werd verzocht terug te gaan naar de haven en daar aangekomen zat de rest van de party als een stelletje groupies (C) voor het hek. Ik heb mezelf er bij gezet. Na een tijdje wachten kwamen er meerdere mensen, een aantal van deze heeft onze Elf Wizard (ook bekent als Elminster) naar de andere kant van het schip weten te sturen. Toen kwam er een wacht, deze vroeg wie er allemaal bereid waren te 1 Gp te betalen en om dan mee te mogen naar Domah. Wij waren natuurlijk enorm enthousiast. Dus wij 1 Gp betaald en gingen het enorm grote schip in, voor de Humans al enorm groot dus voor mij nog groter. Daar binnen gekomen samen met vier anderen moesten we wachten, later werden we een kamer in gestuurd, met de opdracht om daar levend uit te komen. We hebben niet eens de reactie van de vier anderen afgewacht, maar hebben gelijk aangevallen, ze waren vrijwel allemaal gelijk dood. Wij hebben ze euhm, netjes achtergelaten met de belofte goed op hun spullen te passen, met andere woorden we hebben ze beroofd. Na een seconde of tien stonden we weer buiten de kamer, om daar een verbaasde wachter aan te treffen. Hij bracht ons naar onze kamer, een kamer bestaande uit een grote kamer en twee kleintjes. De grote kamer bevat drie stapelbedden, de ene kleine kamer bevat een bed, speciaal voor mij, en de andere kamer een wastobbe.
Elminster en Nitro, de elfen, besluiten om op het dek eens te gaan kijken wat er in de tonnen en kisten zit. Elminster besluit om met zijn stok in een ton met zand te gaan roeren in de hoop dat er iets waardevols in zit. Helaas, een wachter ontdekt hem, en Elminster wordt gevraagd om daar onmiddellijk mee op te houden. Elminster en Nitro besluiten naar dit voorval om weer terug naar onze kamer te gaan. Ondertussen gaan Aekold en ik op zoek naar de kombuis, omdat we nogal hongerig zijn. In de kombuis blijkt een Halfling hard aan het werk te zijn om daar een maaltijd te bereiden. Hij verbiedt ons om in de keuken te komen. Wij, eigenwijs en hongerig als we zijn, besluiten om toch de keuken in te gaan. Daar vinden we stiekem een stuk kaas en een stuk hard brood. We sneaken weer de keuken uit, en delen de buit. Onder het ?genot? van een stuk kaas en een stuk brood gaan we op zoek naar de kapiteinshut, maar omdat alle deuren er hetzelfde uitzien, dus geen een extra versierd, vinden we niks. Het zijn veels te veel deuren om zo maar ff allemaal open te maken. We besluiten om terug te gaan naar het bovenste dek, en om daar aan wat wachten wat te vragen over het schip, het doel van de reis en de passagiers. Bij de eerste twee dingen komen we op niks uit, we moeten maar wachten tot de vergadering. Bij de derde vraag blijkt er dat er op het schip, een neger (sorry jongens het was nu eenmaal zo) kruipend op zijn knie?n over het dek gespot was. Het leek wel of hij naar iets op zoek was. De neger wordt gevonden en er wordt aan hem gevraagd wat hij kwijt is, hij kijkt ons boos aan en zoekt verder. We gaan terug naar onze kamer. Daar blijven we niet lang, aangezien ik last heb van zeeziekte (?) ga ik terug naar het boven dek. Daar zie ik dat het land vrijwel geheel uit zicht is en dat de golven toch aardig hoog zijn. Naar het noordwesten kijkend zie ik dat de lucht steeds donkerder wordt???
Shandril